De
arbeidersklasse en de werkgeversklasse hebben niets gemeenschappelijk.
Vrede is niet mogelijk zolang er honger en nood heersen bij miljoenen
arbeidende mensen, en zolang de enkelen die de werkgevende klasse uitmaken
al de goede dingen in het leven bezitten.
Tussen deze twee klassen moet de strijd voortduren totdat de arbeiders
van alle landen zich in een klasse organizeren, de produktiemiddelen in
handen nemen, het loonsysteem afschaffen, en in harmonie met de aarde
leven.
Wij ondervinden dat het beheer van de industrieën in alsmaar minder
handen geconcentreerd raakt en dat dit het de vakverenigingen onmogelijk
maakt met de alsmaar groeiende macht van de werkgeversklasse te
wedijveren. De vakverenigingen kweken een stand van zaken die toelaat één
groep van arbeiders tegen een andere op te zetten binnen éénzelfde
industrie, en zo bijdraagt tot een nederlaag voor beiden in een
klassestrijd. Daarenboven helpen de vakverenigingen de werkgeversklasse
doordat ze de arbeiders doen geloven dat de arbeidersklasse
gemeenschappelijke belangen met hun werkgevers heeft.
Deze omstandigheden kunnen worden veranderd en de belangen van de
arbeidersklasse verdedigd enkel en alleen door een organizatie die zo
gevormd is dat alle leden binnen een industrie, of wanneer nodig in alle
industrieën, het werk neerleggen zodra een staking of lockout aan de gang
is in eender welk departement van de organizatie. Op die manier wordt een
onrecht tegen één een onrecht tegen allen.